Skip to content

News Category: 2018

Job Opportunity

Principal investigator / Researcher (tenure track)

  • 36 hours
  • Salary: 3672 to 5040 euro
  • contract with stipulated time

Your challenge

We are looking for an excellent candidate who aims to establish an independent and extramurally-funded research program that fits within one or more of the department’s three research themes: cardiac and skeletal myopathies, atrial fibrillation and heart failure, microvascular dysfunction in failing and ageing hearts.
Successful evaluation of the tenure track (max. 4 years) will lead to a tenured position at the level of assistant/associate professor.

Your profile

We aim for a candidate at senior post-doctoral level (3-6 years of post-doctoral experience), with a past performance of publications in internationally recognized journals and proven ability to attract grants for his/her research. International experience as well as capacity to interact with the research themes within the department is highly recommended.

Candidates are invited to send their curriculum vitae, including previous research experience and a short outline of their future research line. As part of the procedure, selected candidates are invited to write an in-depth proposal of their innovative research line that they wish to carry out within the department. The proposal will be presented during an interview with members from the Physiology department and external committee members.

Your work environment

The department of Physiology aims to improve (cardiac) muscle function and prevent vascular dysfunction in various clinical pathologies. Our department has an excellent track record in innovative translational research, in which we combine state-of-art methodologies for functional and structural studies in muscular and vascular preparations with studies in patients in close collaboration with clinical departments. The department offers an outstanding scientific and stimulating research environment with high-end core facilities for muscle physiology, fly, fish and rodent models, vessel and endothelial cell studies combined with a broad range of biochemical analyses (at the level of DNA, RNA, protein). Research is embedded in the Amsterdam UMC institute Amsterdam Cardiovascular Sciences. Amsterdam UMC houses a serie of excellent core facilities, i.e. genomics, proteomics, imaging and rodent facility. The department of Physiology actively participates in educational programs of the Human Health and Life Sciences Bachelor program of the Vrije Universiteit, Medicine, Cardiovascular Research Master and Amsterdam University College

We offer

Salary Scale 11: 3672 tot 5040 euro gross when employed full-time (depending on qualifications and experience).

Depending on qualifications and experience scale 12 is considered.
Apart from an excellent salary we also offer an 8.3% year-end bonus and 8% holiday pay. For more information see our working conditions on the website. For Dutch citizens it is mandatory to provide a VOG (Verklaring Omtrent Gedrag).

Additional information

If you want further information, please go to our website.

Job interviews will take place on the 27th or 28th of March 2019.


Don’t hesitate to call us!
If you’re interested about this position, you can contact Secretary of Physiology, via telephone number 06-27339910.
If you need more information about the application procedure, contact Anne Drost, corporate recruiter at 020-4445635.

You can apply till 31 January 2019 by using the apply button.

Acquisition based on this vacancy is not appreciated.


Presentation prize for Martijn van de Locht!

On the 22th and 23rd of November the Dutch Physiology Days (Nederlandse Vereniging voor Fysiologie) took place again and Martijn van de Locht (PhD student in the Ottenheijm group) went home with the prize for best oral presentation! Please see below for his abstract.



Martijn van de Locht1, Josine M. de Winter1, Stefan Conijn1, Weikang Ma2, Michiel H.B. Helmes1,3, Tom C.
Irving2, Sandra Donkervoort4, Payam Mohassel4, Livija Medne5, Colin Quinn6, Osorio L.A. Neto4, Steven
Moore4, A. Reghan Foley4, Nicol C. Voermans7, Carsten G. Bonnemann4, Coen A.C. Ottenheijm1.

1 Department of Physiology, VU University Medical Centre, Amsterdam, The Netherlands;
2 Biophysics Collaborative Access Team, Center for Synchrotron Radiation Research and Instrumentation, and
Department of Biological Sciences, Illinois Institute of Technology, Chicago, Illinois, USA;
3 IonOptix Llc.,Milton, MA, USA;
4 Neuromuscular and Neurogenetics Disorders of Childhood Section, Neurogenetics Branch, National Institutes
of Neurological Disorders and Stroke, National Institutes of Health, Bethesda, MD, USA;
5 Roberts Individualized Medical Genetics Center, Children’s Hospital of Philadelphia, Philadelphia,
Pennsylvania, USA
6 Department of Neurology, University of Pennsylvania, Philadelphia, PA, USA
7 Department of Neurology, Radboud University Medical Centre, Nijmegen, Netherlands.

Nemaline myopathy (NEM) is a group of rare muscle diseases caused by mutations in genes encoding proteins associated with the thin filament. However, not all thin filament myopathies manifest with characteristic nemaline rods and the spectrum of clinical manifestations is expanding. Troponin C (TnC) binds to TnT and TnI to form the Tn-complex, which regulates thin filament activation. To date, fast skeletal (fs)TnC has not been implicated in disease. Here, we investigate muscle biopsies of two patients with heterozygous, predicted to be damaging mutations (Patient 1 (P1), 27 yrs: c.100G>T; p.Asp34Tyr & patient 2 (P2), 19 yrs: c.237G>C; p.Met79Ile) in the gene encoding fsTnC (TNNC2), manifesting clinically as a unique congenital myopathy. P1 had congenital weakness and vocal cord paralysis requiring tracheostomy, with ptosis, opthalmoplegia, osteopenia and clinical improvement over time. Also, a brother, mother and maternal grandmother, presenting with similar symptoms were found to carry the TNNC2 mutation. P2 has a milder phenotype, with early respiratory weakness, dysphagia and generalized hypotonia, which improved with age, resulting in normal ambulance with mild proximal weakness at age 19. To investigate the mechanism underlying muscle weakness, we performed contractility measurements on single muscle fibers isolated from patient (N=2) and control (N=5) biopsies. Permeabilized fibers were activated by exogenous calcium. P1 showed atrophied type II and hypertrophied type I fibers (confirmed by histochemical analysis). Absolute and normalized maximal force was decreased in type II and increased in type I fibers. The calcium-sensitivity of force was decreased in type II and increased in type I fibers. P2 showed similar results but less pronounced: a lower decrease in calcium-sensitivity of force in type II fibers, no loss of maximal force and no atrophy in type II fibers. In P1, low angle X -ray diffraction data suggested a compressed thin filament in both fiber types, as suggested by shortening of the actin layer line 6 reflection. X-ray data from P2 showed less pronounced changes. Based on these findings, we propose that the TNNC2 mutations reduce the calcium sensitivity of force, presumably due to changes in thin filament structure, contributing to muscle weakness in patients. The more severe clinical phenotype of P1 compared to P2 is reflected in the experimental results.



Interview with Peter Hordijk



Datum: 22 november 2018

Door: Laurence Cobussen, communicatiemedewerker bètafaculteit

Peter Hordijk is hoogleraar bij de afdeling Fysiologie van
Amsterdam UMC en sinds 2016 parttime gedetacheerd als
wetenschappelijk directeur van het Universitair Proefdiercentrum.


Wat gebeurt er in het UPC?
Met deze vraag in het achterhoofd maak ik een afspraak met Peter
en ik ontmoet hem in zijn werkkamer op de 10e verdieping van het
O|2 Labgebouw:

Kun je iets vertellen over het reilen en zeilen in het UPC?
“Het proefdiercentrum zoals het nu bestaat heeft een aantal
afdelingen. De grootste afdeling betreft het onderzoek aan
knaagdieren, denk aan muizen en ratten. Er is ook een afdeling
waar incidenteel onderzoek wordt uitgevoerd met grotere dieren.
Dit type onderzoek is in de afgelopen jaren verminderd en zullen
we in de toekomst niet voortzetten. Dan is er nog een derde,
tevens kleine afdeling met zogeheten koudbloedigen, dat zijn
slakken en vissen. Het UPC-personeel is speciaal opgeleid om de
dieren te verzorgen en maakt de kooien en verblijven wekelijks
schoon. De dieren worden gecontroleerd, bijvoorbeeld op
afwijkingen of ziektes. Er komen soms nieuwe dieren binnen, ook
die moeten worden gecontroleerd. Tevens ondersteunen zij de
onderzoekers bij de experimenten.
Het centrum heeft een spilfunctie, er zijn onderzoekers die voor
hun onderzoek geheel afhankelijk zijn van het centrum, en er zijn
onderzoekers die incidenteel experimenten doen. Daarnaast is er
ook een grote verscheidenheid aan proeven; sommige
onderzoekers kijken naar de ontwikkeling van een tumor, andere
monitoren gedragsafwijkingen in relatie tot bijvoorbeeld Alzheimer.”

Waarom doen we dierproeven?
“Met name om kennis en inzicht te krijgen in hoe dieren
functioneren en dat proberen we te vertalen naar hoe de mens
functioneert. Deze benadering is noodzakelijk voor het onderzoek
naar ernstige ziektes en de ontwikkeling van medicijnen.
Dierproeven zijn dan ook vooralsnog belangrijk voor het
beantwoorden van onderzoeksvragen op het gebied van o.a.
fysiologie, neurobiologie en gedrag.”

Wat voor regels gelden er voor het doen van dierproeven?
“Het is goed om te onderstrepen dat er tegenwoordig, veel meer
dan vroeger, heel veel stappen te nemen zijn voordat je een
dierexperiment kunt doen. Er zit ongeveer een jaar tussen het
hebben van een idee en het uitvoeren van een experiment,
vanwege de uitgebreide, wettelijk vastgelegde procedure rondom
het indienen en laten toetsen van een aanvraag.
Dierexperimenteel wetenschappelijk onderzoek wordt zeer grondig
getoetst (ethisch en inhoudelijk) voordat er toestemming voor
wordt verleend. Wettelijk is het ook niet toegestaan om een
dierproef uit te voeren als hiervoor een proefdiervrij alternatief
voorhanden is. Ook tijdens de dierproeven wordt er controle op
naleving van de regels uitgevoerd, o.a. door dierenartsen en ethici.
Er is een Europese wet op de Dierproeven. Die wet heeft
Nederland voor zichzelf aangescherpt.Het dierproefbeleid is in
Nederland veruit het strengst.

De Rijksoverheid stelt dat het gebruik van dierproeven sterk
kan worden verminderd, wat is jouw reactie hierop?
“Die uitspraak wil ik nuanceren. Het beleid is dat het door de
overheid verplicht gestelde dierwetenschappelijk onderzoek
(ongeveer 30% van het totaal aantal dierproeven in Nederland)
afgebouwd is in 2020-2025. Dat is proefdiergebruik voor wettelijk
verplichte veiligheidstesten voor chemische stoffen,
voedselingrediënten, bestrijdingsmiddelen en
(dier)geneesmiddelen. Het is niet duidelijk of deze ambitie gehaald
kan gaan worden. Dit staat ook los van het dierproefgebruik voor
wetenschappelijk onderzoek dat we hier in het UPC doen.
De uitspraak dat we op termijn zónder dierproeven kunnen (of
moeten), is voor wetenschappelijk onderzoek met de huidige
technieken niet mogelijk en daardoor nog niet realistisch. Ondanks
dat er steeds meer proefdiervrije alternatieven voorhanden zijn, is
de verwachting dat het nog tientallen jaren zal duren eer de
fysiologie van een compleet dier in een lab kan worden nagebootst
en wetenschappers complexere vragen kunnen beantwoorden met

Rio Juni wins Contest Communicating Science to People at Young@Heart Netherlands Heart Institute Meeting

In association with Young@Heart Netherlands Heart Institute Meeting in November 2018 in Utrecht, The Netherlands, Rio Juni has won a price for the contest of communicating science to people. The contest aimed to challenge 5 selected abstract presenters to translate their research in an attractive and informative way for the general people to understand. The rationale of the contest is that a clear and effective communication of research findings is crucial for the development of the career of a researcher since it helps to gain public attention, secure grants, and connect with fellow scientists. In addition, research needs to be understandable and appealing for the general public to justify what scientists do with the public’s money.

Amsterdam Young Academy maakt eerste 30 leden bekend

De twee Amsterdamse universiteiten UvA en VU hebben een nieuw platform voor talentvolle jonge wetenschappers, de Amsterdam Young Academy (AYA). Vandaag zijn de eerste dertig leden bekendgemaakt.

AYA moet een nieuw onafhankelijk platform worden waar talentvolle jonge wetenschappers van de UvA en de VU elkaar ontmoeten en visies ontwikkelen op wetenschap en maatschappij.

AYA is een initiatief van vijf Amsterdamse (ex-)leden van De Jonge Akademie van de KNAW: Kristine Steenbergh (VU), Rens Vliegenthart (UvA), Sjoerd Repping (AMC/UvA), Hilde Geurts (UvA) en Jeroen de Ridder (VU).

Zij vonden dat Amsterdam in navolging van andere steden een eigen jonge academie verdiende. Een plek waar het vrije intellectuele debat centraal staat, met een onafhankelijke en opiniërende rol. Een platform dat tevens de samenwerking tussen UvA en VU en tussen de twee universiteiten en de stad Amsterdam wil bevorderen.

Op 6 november wordt het genootschap feestelijk gelanceerd en zal Taco Dibbits, directeur van het Rijksmuseum, de dertig nieuwe leden installeren.

‘Het enthousiasme van ieder van de nieuwe leden voor de wetenschap spat ervan af! Niet alleen wat betreft hun eigen onderzoek maar ook over hoe wetenschap en kennis in het algemeen ingezet kunnen worden voor de stad Amsterdam en haar inwoners. Of het nou gaat om onderzoek naar geschiedenis, technologie of filosofie, de nieuwe leden hebben stuk voor stuk ideeën over hoe hun onderzoek van waarde kan zijn voor de samenleving. Wij zijn als kwartiermakers ontzettend trots op deze mooie lichting eerste leden en zijn benieuwd naar alles wat ze samen gaan doen. U gaat nog van ze horen,’ aldus Sjoerd Repping, voorzitter van het kwartiermakersbestuur.

Eerste dertig leden
Het oprichtingsbestuur selecteerde de eerste dertig leden uit de kandidaten die vanuit de UvA en VU werden genomineerd. De faculteiten was gevraagd bewezen talent voor te dragen dat maximaal acht jaar geleden is gepromoveerd. Andere belangrijke criteria waren: aantoonbaar enthousiasme voor de wetenschap, voor interdisciplinariteit én voor de vertaling van wetenschap naar de samenleving. Deze leden worden aangevuld met de huidige Amsterdamse leden van De Jonge Akademie van de KNAW.

De eerste 30 leden zijn:

UvA: VU:
  • Bianca Buurman
  • Katinka van der Kooij
  • Sebastian Altmeyer
  • Marieke de Hoon
  • Thomas Mensink
  • Yarin Eski
  • Helmer Helmers
  • Anastasia Sergeeva
  • Bram Mellink
  • Pieter Coppens
  • Carla Ribeiro
  • Josine de Winter
  • Marit Van Gils
  • Linda Douw
  • Matthijs Brouwer
  • Ghizlane Aarab
  • Maria Weimer
  • Rik Peels
  • Marci Cottingham
  • Miriam Wijkman
  • Sanne Kruikemeier
  • Antske Fokkens
  • Umberto Olcese
  • Ronald Kroeze
  • Leonie Schmidt
  • Ivano Malavolta
  • Eddie Brummelman
  • Silke Muylaert
  • Shaul Shalvi
  • Denise Duijster

Over AYA

Amsterdam Young Academy (AYA) brengt dertig jonge getalenteerde wetenschappers van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) samen. AYA is een onafhankelijk platform waarin excellente onderzoekers en docenten uit verschillende disciplines elkaar ontmoeten om onder andere visies te ontwikkelen op wetenschap en wetenschapsbeleid. Tevens biedt AYA haar leden mogelijkheden voor interdisciplinair onderzoek en wil ze bruggen bouwen tussen wetenschap en de Amsterdamse samenleving.

Foto Sander Nieuwenhuys


Bron: Vrije Universiteit Amsterdam

Kleur rood op Dress Red Day!

29 september is het Dress Red Day en vragen we samen met de Hartstichting aandacht voor het vrouwenhart en de verschillen tussen man en vrouw.



In het filmpje vertelt Patricia Vlasman, patiënt van fysioloog Jolanda van der Velden, over haar erfelijke hartziekte. Zij heeft hypertrophische cardiomyopathie waardoor een deel van de hartspier verdikt. In het filmpje is ze verrast te horen van Jolanda van der Velden dat mannen- en vrouwenharten anders zijn. Moet de behandeling dan ook anders? Bekijk het filmpje!

Aref Najafi deed net als Louise Nijenkamp onderzoek naar de erfelijke hartziekte hypertrophische cardiomyopathie en zegt:

‘Ik vind dat onderzoek naar hart- en vaatziekten meer gericht moet zijn op vrouwen. In Nederland sterven dagelijks 106 mensen aan deze ziekten, van wie er ongeveer 56 vrouw zijn. De meerderheid dus. Toch wordt bij onderzoek naar ziekteverloop en geneesmiddelen nog te vaak alleen gekeken naar het mannelijk lichaam. Om meer aandacht voor de vrouw te vragen roep ik daarom iedereen op om zaterdag 29 september, tijdens Dress Red Day, wat roods aan te trekken.” Hij promoveert op 8 november.

Wie draag jij een warm hart toe? Op onze facebook is een winactie voor een speciale rode Fitbit Versa: een smartwatch met o.a. een hartslagmeter.

Bron: VUmc Intranet

Wederom een geweldig Dam tot Dam weekend voor Hart4Onderzoek!

Afgelopen zaterdag verscheen in totaal 40 man bestaande uit artsen, onderzoekers, verpleegkundigen en andere medewerkers van Amsterdam UMC, Eric van der Burg Fractievoorzitter VVD Amsterdam, Cardioloog Janneke Wittekoek van HeartLife Klinieken, Sanne Bernhart Medical Lifestyle Coach/ Integraal Personal Trainer als ook VIER aangeboren hartpatiënten  & friends and family aan de start van de Damloop by Night. Hart4Onderzoek heeft in 2018 het totaalbedrag weten overtreffen. De eindteller komt uit op een ruim bedrag van € 4.500,00.


Foto's Dam tot Dam run 2018

Peter Hordijk benoemd tot hoogleraar

Per 1 september 2018 is Peter Hordijk benoemd tot hoogleraar bij de afdeling Fysiologie met als leerstoel: “Cellular and molecular physiology of microvascular disease”.

Het onderzoek van Peter Hordijk richt zich op het endotheel, de enkele laag cellen die de binnenwand van onze bloedvaten bekleedt. Belangrijke topics zijn de integriteit van het endotheel, het verlies en herstel van de endotheel barriere en de regulatie van doorbloeding, met name van de microcirculatie. Het onderzoek is dan ook binnen het thema “Microcirculation’ ingebed in Amsterdam Cardiovascular Sciences en Amsterdam UMC.